keurde goed
Uiterlijk
- Geluid: keurde goed (hulp, bestand)
- keur·de goed
| vervoeging van |
|---|
| goedkeuren |
keurde goed
- enkelvoud verleden tijd van goedkeuren
- Ik keurde goed.
- Jij keurde goed.
- Hij, zij, het keurde goed.
- Ik keurde goed.
- Het woord keurde goed staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.