kapiteel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pi·teel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bovenstuk van zuil’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord kapiteel kapitelen
verkleinwoord kapiteeltje kapiteeltjes

Zelfstandig naamwoord

kapiteel o

  1. het bovenstuk van een zuil
    • Het kapiteel was mooi versierd. 

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen