kanadaaische

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Woordafbreking
  • ka·na·daa·i·sche

Bijvoeglijk naamwoord

kanadaaische

  1. onbepaald (zonder lidwoord) nominatief vrouwelijk enkelvoud van kanadaaisch

kanadaaische

  1. onbepaald (zonder lidwoord) accusatief vrouwelijk enkelvoud van kanadaaisch

kanadaaische

  1. onbepaald (zonder lidwoord) nominatief meervoud van kanadaaisch

kanadaaische

  1. onbepaald (zonder lidwoord) accusatief meervoud van kanadaaisch

Bijvoeglijk naamwoord

kanadaaische

  1. bepaald nominatief mannelijk enkelvoud van kanadaaisch

kanadaaische

  1. bepaald nominatief vrouwelijk enkelvoud van kanadaaisch

kanadaaische

  1. bepaald accusatief vrouwelijk enkelvoud van kanadaaisch

kanadaaische

  1. bepaald nominatief onzijdig enkelvoud van kanadaaisch

kanadaaische

  1. bepaald accusatief onzijdig enkelvoud van kanadaaisch

Bijvoeglijk naamwoord

kanadaaische

  1. onbepaald nominatief vrouwelijk enkelvoud van kanadaaisch

kanadaaische

  1. onbepaald accusatief vrouwelijk enkelvoud van kanadaaisch
Opmerkingen