kaantjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaan·tjes
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord - kaantjes

Zelfstandig naamwoord

kaantjes mv dim. tant.

  1. (voeding) de vliezige restanten van uitgebakken spek
    • Wil je er wat kaantjes bij? 

Zelfstandig naamwoord

kaantjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kaan

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
38 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be