jaszak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jas·zak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jaszak jaszakken
verkleinwoord jaszakje jaszakjes

Zelfstandig naamwoord

jaszak m

  1. Een zak in een jas waarin je dingen kunt opbergen of waarin je je handen kunt stoppen om ze warm te houden.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

jaszak

  1. jaszak


Veluws

Zelfstandig naamwoord

jaszak

  1. jaszak