jan.

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: jan

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jan.
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

jan. m

  1. (afkorting) eerste kalendermaand, januari
    «De vergadering is 17 jan. 2011»
    De datum van de vergadering is 17 januari 2011
Opmerkingen
  • Echte afkortingen worden als regel met een punt geschreven, maar in opsommingen waar uit de context al duidelijk is dat het om de naam van een maand gaat is het gebruikelijk om de punt weg te laten: jan [1].

Verwijzingen

Meer informatie

Gangbaarheid