involucre
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| involucre | involucres |
involucre
- (beschrijvende plantkunde) involucrum; krans of spiraal van schutbladen rond een bloeiwijze
| vervoeging van |
|---|
| involucrar |
involucre
- aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van involucrar
- aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van involucrar
- gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van involucrar
| vervoeging van |
|---|
| involucrarse |
involucre
- aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van involucrarse
- aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van involucrarse
- gebiedende wijs (ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van involucrarse