intranet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·tra·net
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van net met het voorvoegsel intra- (van het Latijnse interior “binnen”)
enkelvoud meervoud
naamwoord intranet intranetten
verkleinwoord intranetje intranetjes

Zelfstandig naamwoord

intranet o

  1. een persoonlijk computernetwerk van een persoon of organisatie, dat gebruik maakt van de protocollen van het internet.
    • Het intranet is beveiligd zodat alleen mensen uit de organisatie toegang hebben tot de data. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie