interweb

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ter·web
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord interweb interwebs
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

interweb o

  1. (informeel) internet
    • Ik koop alles wat ik nodig heb wel via het interweb. Dat is ook droevig.[1]
    • Zijn moeder wist niet eens hoe ze het internet moest gebruiken, of het interweb zoals zij het half ironisch noemde.[2]
    • Dus al die extra's laat ik over aan de fanfictieschrijvers op het interweb.[3]
    • Ze moest me uiteraard wel alles helemaal uitleggen van begin tot eind, want, zoals je weet, snap ik niets van het interweb en ik had het artikel zelf niet gezien.[4]
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Jeremy Clarkson op Wikipedia “Hoe moeilijk kan het zijn?” (2011), A.W. Bruna Uitgevers op Wikipedia, ISBN 904496478X, p. 135
  2. Bronlink Weblink bron Christina Hopkinson “Later als we groot zijn” (2013), A.W. Bruna Uitgevers op Wikipedia, ISBN 9044962493, p. 182
  3. Bronlink Weblink bron Bouke Billiet “Wij waren Trojanen” (2015), Wereldbibliotheek op Wikipedia, ISBN 9028441301, p. 67
  4. Bronlink Weblink bron Laura Steven “Allesbehalve oké” (2018), Karakter, ISBN 9045212188, p. 290