internetbankieren
Uiterlijk
- in·ter·net·ban·kie·ren
- samenstelling van internet en bankieren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| internetbankieren |
internetbankierde |
geïnternetbankierd |
| zwak -d | volledig | |
internetbankieren
- (informatica) het regelen via internet van zijn bankzaken door een klant
- Zes jaar cel geëist voor fraude met internetbankieren [1]
- Het woord internetbankieren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 17
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Informatica in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal