integer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·te·ger
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen integer integerder,
meer integer
integerst
verbogen integere integerdere,
meer integere
integerste
partitief integers integerder,
meer integers
-

Bijvoeglijk naamwoord

integer

  1. waarin men vertrouwen kan hebben
    Hij is altijd een integere beheerder gebleken.


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
integer integers

Zelfstandig naamwoord

integer

  1. geheel getal