indringen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·drin·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
indringen


drong in


ingedrongen


klasse 3 volledig

Werkwoord

indringen

  1. (ergatief) binnendringen, door dringen ergens in.
  2. (wederkerend) zich ~: zich door list, onbeschaamdheid enz. toegang bezorgen