inbeslagname

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

inbeslagname van radiozendschip Veronica
Uitspraak
Woordafbreking
  • in·be·slag·na·me
Woordherkomst en -opbouw
  • afleding van in beslag nemen
enkelvoud meervoud
naamwoord inbeslagname inbeslagnamen
inbeslagnames
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

inbeslagname v/m [1]

  1. (juridisch) een civielrechtelijke of strafrechtelijke maatregel die iemand de beschikking over een voorwerp of vermogensrecht ontneemt of beperkt ten behoeve van een ander (het civiele recht) of de maatschappij (het strafrecht)
    • Gezien de omvang van de gevonden partij drugs waren er waarschijnlijk andere personen of groepen bij betrokken, die door de inbeslagname een groot verlies hebben geleden.[2] 
    • De inbeslagname heeft in de visie van justitie een schat aan bewijs opgeleverd tegen vele criminelen. De aanklagers in de zaak tegen 'Noffel' zien in het uit de server opgediepte mailverkeer volop bewijs dat hij de smartphone gebruikte waarmee de moordpoging werd aangestuurd.[3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Het Parool MAARTEN VAN DUN EN PAUL VUGTS 18 MEI 2017, Justitie vreest voor veiligheid drugscrimineel
  3. Het Parool PAUL VUGTS 7 MAART 2018 Advocaat 'Noffel'wraakt rechters in strafzaak
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be