imprint

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·print
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord imprint imprints
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

imprint m

  1. merkteken van een drukker of uitgever
  2. boekenfonds binnen één uitgeverij
     De Enschedese thrillerauteur Peter de Zwaan, oud-journalist bij deze krant, stapt over naar De Bezige Bij. Volgende maand al zal zijn nieuwe boek, getiteld De Charlsville Jackpot, uitkomen bij Cargo, de thriller-imprint van De Bezige Bij.[1]
     Met haar eigen imprint HvR doet Heleen al jaren waar ze zin in heeft: ze schrijft wat ze wil schrijven, fotografeert wat ze wil fotograferen - en weet daarbij iedere keer precies op de goede knop te drukken.[2]
  3. merkteken in het algemeen
     Het zou zelfs kunnen dat ze daarom nu voor een minder permanente imprint koos en zelf met een balpen aan de slag is gegaan.. in elk geval trekt haar onderarm nu wel de aandacht en wakkert het de liefdesgeruchten tussen de twee nog meer aan.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

48 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Auteur Peter de Zwaan naar De Bezige Bij” (22-03-2008), Tubantia
  2. Bronlink Weblink bron DAPHNE DECKERS op Wikipedia “Daphne over Heleen: Willen we niet allemaal zo vrijgevochten zijn?” (09 jun. 2018), De Telegraaf
  3. Bronlink Weblink bron “Heidi Klum: liefdestatoeage voor Tom?” (23 jul. 2018), De Telegraaf
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be