ijsroom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·room
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijsroom
verkleinwoord ijsroompje ijsroompjes

Zelfstandig naamwoord

ijsroom m

  1. (voeding) consumptie-ijs dat voor minimaal 5% bestaat uit melkvet
    • Matig het gebruik van koek, gebak, chocolade, taart, ijsroom, … m.a.w. alle producten die rijk zijn aan vetten. Je hoeft ze niet te schrappen van het menu, maar zoek een evenwicht: niet elke dag en met mate. Eet je een koek, kies dan voor producten met een laag vetgehalte en een hoger vezelgehalte. [1] 
    • Zo huist in het geboortehuis van Elsschot op nummer 52 van de De Keyserlei nu een keten die Australische ijsroom verkoopt. Eind negentiende eeuw waren het de warme broodjes van vader Elsschot waren die daar vlot van de hand gingen. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Standaard 13/10/2011 door bbd 'Vettaks is niet de oplossing'
  2. De Standaard 26 NOVEMBER 2010 OM 00:00 UUR | Michael Bellon Elsschot, Antwerpen & Coraline/Grote Antwerpse Willem Elsschot atlas - Bart Van Loo/Eric Rinckhut