huishoudwater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • huis·houd·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord huishoudwater
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

huishoudwater o

  1. (huishouden) leidingwater dat uitsluitend bestemd is voor toiletspoeling, gebruik in de wasmachine of het besproeien van de tuin
    • Vanwege de gezondheidsrisico's heeft staatssecretaris Pieter van Geel in 2003 besloten om de grootschalige levering van huishoudwater door waterleidingbedrijven niet meer toe te staan in Nederland. 

Meer informatie

Gangbaarheid