hooitijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hooi·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hooitijd hooitijden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hooitijd m

  1. de periode van het jaar dat hooi geoogst wordt, maaitijd
    • Juli is de belangrijkste hooitijd voor grasland in Nederland. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen