homofoob

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·mo·foob
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van homo met het achtervoegsel -foob
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen homofoob homofober homofoobst
verbogen homofobe homofobere homofoobste
partitief homofoobs homofobers -

Bijvoeglijk naamwoord

homofoob

  1. lijdend aan homofobie

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie