hoeken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoe·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van hoek met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hoeken
hoekte
gehoekt
zwak -t volledig

Werkwoord

hoeken [1]

  1. overgankelijk (bij boksen) een hoekstoot toedienen aan
Hyponiemen

Zelfstandig naamwoord

hoeken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord hoek

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen