hennegras
Uiterlijk

- hen·ne·gras
- samenstelling van heen zn "stijve zegge" en gras zn met het invoegsel -e- , omdat dit gras net als stijve zegge op vochtige plaatsen groeit [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hennegras | - |
| verkleinwoord | hennegrasje | hennegrasjes |
het hennegras o
- (bloemplanten) bepaald soort overblijvende plant, Calamagrostis canescens
uit de grassenfamilie (Poaceae
), die voorkomt in Midden-Europa en West-Siberië
- Van Dale's Groot woordenboek van de Nederlandse taal vermeldt deze plant sinds de 12e druk (1992), maar met de schrijfwijze "hennepgras". Naar de betekenis ligt deze schrijfwijze niet voor de hand en laat zich los van dat woordenboek niet attesteren.
- Het woord 'hennegras' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -e- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bloemplanten in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal