hearing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hea·ring
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hoorzitting’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1946 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord hearing hearings
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hearing v / m [3]

  1. een zitting van (meestal) een overheidsinstelling, waarbij verschillende partijen en belanghebbenden hun mening kunnen geven

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen


Engels

Uitspraak

Werkwoord

hearing

  1. onvoltooid deelwoord van hear

Zelfstandig naamwoord

hearing

  1. gerundium van hear