hardnekkig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hard·nek·kig
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘halsstarrig’ voor het eerst aangetroffen in 1357 [1]
  • Samenstellende afleiding van hard en nek met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hardnekkig hardnekkiger hardnekkigst
verbogen hardnekkige hardnekkigere hardnekkigste
partitief hardnekkigs hardnekkigers -

Bijvoeglijk naamwoord

hardnekkig

  1. onverbetelijk, onverzettelijk
    • Hardnekkige probleemgezinnen worden onder permanent toezicht gezet. 
    • Het jachtmuseum zou zelfs de hardnekkigste tegenstander van de jacht kunnen bekoren. [2]
  2. maar blijven aanhouden, niet willen wijken van iets
    • Hij is geveld door een hardnekkig virus. 
    • Er circuleren hardnekkige geruchten over hem. 
    • Dit product verwijdert zelfs de hardnekkigste vlekken. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. Payelle, Hélène, Eugenia Gallese, and A Ditto. 2006. De grote Michelingids Frankrijk. Tielt: Lannoo.