hangaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·gaar
enkelvoud meervoud
naamwoord hangaar hangaars
verkleinwoord hangaartje hangaartjes

Zelfstandig naamwoord

hangaar m

  1. (luchtvaart) een opslagplaats voor een of meer vliegtuigen.
Synoniemen

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie