hakbal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hak·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hakbal hakballen
verkleinwoord hakballetje hakballetjes

Zelfstandig naamwoord

hakbal m

  1. een met de hak i.p.v. de voorvoet gespeelde bal bij voetballen
    • Nog steeds heeft de hele Achterhoek het over de hakbal van Ali Ibrahim in de Amsterdam ArenA tegen Ajax’, zegt Korbach lyrisch. 

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
49 % van de Vlamingen.