hablar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
  • IPA: /aβˈlar/
Woordafbreking
  • ha·blar

Werkwoord

hablar

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hablar
hablaba
hablado
volledig
  1. (onovergankelijk) praten, spreken
  2. (overgankelijk) spreken
  3. bespreken
Synoniemen