haarpluk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haar·pluk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord haarpluk haarplukken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

haarpluk m

  1. pluk haar

Werkwoord

vervoeging van
haarplukken

haarpluk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van haarplukken
    • Ik haarpluk. 
  2. gebiedende wijs van haarplukken
    • Haarpluk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van haarplukken
    • Haarpluk je? 

Gangbaarheid