goeiig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goei·ig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van goed met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen goeiig goeiiger goeiigst
verbogen goeiige goeiigere goeiigste
partitief goeiigs goeiigers -

Bijvoeglijk naamwoord

goeiig

  1. goed en vriendelijk, maar niet al te snugger
    • Hij is zo goeiig dat je hem van alles wijs kunt maken. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
47 % van de Vlamingen.