goddank

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • god·dank
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘tussenwerpsel: uitroep van blijdschap’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1]
  • samenstelling van  god   en  dank  

Tussenwerpsel

goddank

  1. uitroep van geluk

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen