glissando

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glis·san·do
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘bijwoord: met een vlotte voordracht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1860 [1] [2]

Bijwoord

glissando [3]

  1. (muziek) (bij strijkinstrumenten) met vlotte voordracht zonder accentuering
  2. (muziek) (op een piano) vlot spelend door met de nagelzijde van de vingers over de toetsen te strijken
  3. (muziek) (op blaasinstrumenten) met overgaan van de ene toon op de andere

Gangbaarheid

33 % van de Nederlanders;
41 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen