gewormte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·worm·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gewormte gewormten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gewormte o

  1. klein kruipend gediertje

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
41 % van de Vlamingen.