Naar inhoud springen

gewoond

Uit WikiWoordenboek
  • ge·woond
vervoeging van: wonen…
verbogen vorm: gewoonde

gewoond

  1. voltooid deelwoord van wonen
     Ik heb nooit alleen gewoond, ik ben altijd met anderen op pad en ik ga met mijn gezin op vakantie of met vrienden een weekendje weg. Een doodgewone veertiger met een eigen bedrijf, twintig jaar getrouwd, vader van drie, die elke zondag het gras maait.[1]
     Hij kwam uit het zuiden, uit Andalusië, en hij heeft een tijd in Malaga gewoond en gewerkt.[2]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704