gewestelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·wes·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van gewest met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gewestelijk gewestelijker gewestelijkst
verbogen gewestelijke gewestelijkere gewestelijkste
partitief gewestelijks gewestelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

gewestelijk

  1. een streek groter dan een gemeente maar kleiner dan een staat
    • Een streektaal wordt ook wel een gewestelijke taal genoemd, anderen noemen het gewoon plat praten. 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.