geurig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geu·rig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geurig geuriger geurigst
verbogen geurige geurigere geurigste

Bijvoeglijk naamwoord

geurig

  1. met een prettige geur, een prettige geur verspreidend
    Tegen de muur van het oude huis groeiden geurige klimrozen.