getroost

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·troost
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van getroosten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel
  • vervoeging van troosten: de stam met omvoegsel ge- -t, zonder -t omdat de stam al op -t eindigt [1]

Werkwoord

vervoeging van
getroosten

getroost

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van getroosten
  2. gebiedende wijs van getroosten
vervoeging van: getroosten…
verbogen vorm: getrooste

getroost

  1. voltooid deelwoord van zich getroosten

Werkwoord

vervoeging van: troosten…
verbogen vorm: getrooste

getroost

  1. voltooid deelwoord van troosten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen