geraas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·raas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geraas -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geraas o

  1. aanhoudend lawaai zoals dat van een woedende storm
    • Houden jullie eens op met dat geraas! 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.