Naar inhoud springen

gepaard

Uit WikiWoordenboek
  • ge·paard
vervoeging van: paren…
verbogen vorm: gepaarde

gepaard

  1. voltooid deelwoord van paren
  2. ~ gaan met tegelijkertijd optreden, onlosmakelijk verbonden zijn
    • Een onweersbui gaat vaak gepaard met slagregens, hagel en windstoten. 
     Zeebiologen waarschuwden begin vorig jaar al dat de aanhoudende recordtemperaturen van het zeewater tot grootschalige verbleking van het koraal zou leiden. Die hoge temperaturen zijn het gevolg van de klimaatverandering en het periodieke weerfenomeen El Niño, dat gepaard gaat met opwarming van het zeewater in de Stille Oceaan. De daarop volgende La Niña die op haar beurt voor afkoeling zorgt, duurde korter dan normaal, waardoor de riffen geen tijd hadden om te herstellen.[1]
stellend
onverbogen gepaard
verbogen gepaarde
partitief gepaards

gepaard [2]

  1. in paren verdeeld
98 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[3]
  1. Bronlink geraadpleegd op 23 april 2025 Weblink bron “Meer dan 80 procent van koraalriffen lijdt onder hittestress, mogelijk onherstelbaar” (23 april 2025), NOS
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be