gemengd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·mengd
Woordherkomst en -opbouw
  • bijvoegelijke vorm van voltooid deelwoord van mengen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gemengd gemengder gemengdst
verbogen gemengde gemengdere gemengdste
partitief gemengds gemengders -

Bijvoeglijk naamwoord

gemengd

  1. toestand van na mengen van onderdelen van verschillende samenstelling hebbend
    Een gemengd koor bestaat uit mannen- en vrouwenstemmen (Sopraan Alt Tenor en Bas) soms ook met kinderen.

Werkwoord

vervoeging van
mengen

gemengd

  1. voltooid deelwoord van mengen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.