gemengd
Uiterlijk
- ge·mengd
- bijvoegelijke vorm van voltooid deelwoord van mengen
- vervoeging van mengen: de stam met omvoegsel ge- -d
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gemengd | gemengder | gemengdst |
| verbogen | gemengde | gemengdere | gemengdste |
| partitief | gemengds | gemengders | - |
gemengd
- toestand van na mengen van onderdelen van verschillende samenstelling hebbend
- Een gemengd koor bestaat uit mannen- en vrouwenstemmen (Sopraan Alt Tenor en Bas) soms ook met kinderen.
| vervoeging van: | mengen… |
| verbogen vorm: | gemengde |
gemengd
- voltooid deelwoord van mengen
- Het woord gemengd staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gemengd" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voltooid deelwoord met ge- -d
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %