gelonk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lonk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gelonk
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gelonk o [1]

  1. aanhoudend proberen iemand te verleiden
    • De relatietherapeut:“Als je het geflirt zelf niet aankunt, waarom dan niet de hulp van je man inschakelen? Vertel hem hoe je je voelt! Dat die ander een gevaar is voor jullie relatie en waarom je hem zo leuk vindt. Vraag hem of hij je kan helpen. Dan wordt het gelonk in de kiem gesmoord in plaats van het een vrij podium te geven. Het slechtste scenario? Dat je al zo verliefd bent dat je niets anders wilt dan bij die ander zijn. Want bij hem is natuurlijk alles nieuw en spannend en dus is hij altijd leuker. Hij verlaat zijn gezin, jij het jouwe, je gaat samen een nieuw leven beginnen… en dan blijkt dat je nieuwe liefde ook maar gewoon een man is met z’n eigen nukken!” Tja, toch maar wat voorzichtiger worden met dat flirten. [2] 
    • Linkse partijen kunnen het heen en weer krijgen met hun gelonk naar het CDA. In harde bewoordingen keert CDA-leider Sybrand Buma zich tegen toespelingen van SP, GroenLinks en PvdA om samen in een kabinet links beleid uit te voeren. Hij vindt dat hun ’belachelijke ideeën’ juist ’bestreden’ moeten worden. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Telegraaf NATHALIE DRIESSEN 07 jun. 2015 Flirten: hoe ver mag je gaan?
  3. De Telegraaf LISE WITTEMAN 21 feb. 2017 Buma breekt linkse harten