gebrabbel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·brab·bel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gebrabbel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gebrabbel o

  1. voortdurend onverstaanbaar gepraat
    Ze trachtte van de angstige kleuter te vernemen waar zijn ouders waren, maar meer dan wat gebrabbel en gesnik kreeg ze niet te horen.