geblunder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·blun·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geblunder
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geblunder o

  1. het steeds maar weer domme fouten maken
    • Het is geen toeval dat Real Madrid haast wekelijks in verband wordt gebracht met beide keepers, die beiden een geschatte marktwaarde van 40 miljoen euro hebben. De Gea zag een transfer naar Madrid twee jaar geleden afketsen door administratief geblunder, waarna hij maar een nieuw vierjarig contract tekende in Manchester. Tegen 226.000 euro bruto per week. Courtois ligt eveneens tot 2019 onder contract, maar verdient ‘slechts’ de helft. Onderhandelingen lopen al langer. Maar omdat een deal over een verbeterd contract uitblijft, blijft zijn naam in Spanje rondzingen. Vooral omdat onze landgenoot nooit een geheim heeft gemaakt van zijn liefde voor Spanje.[1] 
    • Door geblunder bij de politie lukte het volgens officier van justitie Edo Edens niet hem deze maandagmiddag voor drie rechters in Almelo te brengen. Formulieren bleken verkeerd ingevuld, het uitreiken van de dagvaarding lukte niet.[2] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Standaard 4 DECEMBER 2017
  2. Tubantia Bert Janssen 10-APRIL-2017