geëscaleerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·es·ca·leerd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: escaleren
verbogen vorm: geëscaleerde

geëscaleerd

  1. voltooid deelwoord van escaleren

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.