gaudere

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /gaʊ̯ˈdeːrɛ/
Woordafbreking
  • gau·de·re
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
gaudēre gaudĕo gāvīsus sum
tweede vervoeging volledig

Werkwoord

gaudēre

  1. zich verheugen, blij zijn
Verwante begrippen