gangbangen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gang·ban·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gangbangen
gangbangde
gegangbangd
zwak -d volledig

Werkwoord

gangbangen

  1. (seksualiteit) onovergankelijk aan een gangbang (groepsseks) deelnemen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie