gangbang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gang·bang
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels samenstelling van gang en bang
enkelvoud meervoud
naamwoord gangbang gangbangs
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

gangbang m

  1. (seksualiteit) groepsseks, met name van vele heren met één vrouw
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
gangbangen

gangbang

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gangbangen
    • Ik gangbang. 
  2. gebiedende wijs van gangbangen
    • Gangbang! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gangbangen
    • Gangbang je? 

Gangbaarheid