franc-tireur
Uiterlijk
- franc-ti·reur
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrijschutter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1886 [1]
- (samenkoppeling) van franc en tireur [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | franc-tireur | francs-tireurs |
| verkleinwoord | - | - |
- niet onder militair commando staande strijdende burger
- Het woord franc-tireur staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "franc-tireur" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ franc-tireur op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).