fotobom
Uiterlijk
- fo·to·bom
- samenstelling van foto zn en bom zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fotobom | fotobommen |
| verkleinwoord | fotobommetje | fotobommetjes |
- een door iemand anders verpeste of verziekte selfie of andere foto
| vervoeging van |
|---|
| fotobommen |
fotobom
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fotobommen
- Ik fotobom.
- gebiedende wijs van fotobommen
- Fotobom!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fotobommen
- Fotobom je?
- Het woord fotobom staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.