firn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • firn
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘korrelig sneeuwijs’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1734 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord firn -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

firn v/m

  1. (geologie) een grofkorrelige substantie ontstaan uit sneeuw en ijs, van waaruit gletsjers ontspringen
    • Als er nog meer sneeuw op de firn valt, dan wordt de lucht eruit geduwd en komen de sneeuwdeeltjes nog dichter bij elkaar. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

5 % van de Nederlanders;
13 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

enkelvoud meervoud
firn -

Zelfstandig naamwoord

firn

  1. (geologie) firn