feston

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

feston aan gebouw
Uitspraak
Woordafbreking
  • fes·ton
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ornament (in bouwkunde), guirlande’ voor het eerst aangetroffen in 1549 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord feston festons
verkleinwoord festonnetje festonnetjes

Zelfstandig naamwoord

feston o [3]

  1. bloemvormige versiersels aan een gebouw
  2. geborduurde rand aan geweven stof
Synoniemen

Gangbaarheid

39 % van de Nederlanders
33 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen