faken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Engelse fake (niet echt, nep).
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
faken
fakete
gefaket
zwak -t volledig

Werkwoord

faken

  1. simuleren, in scene zetten
    • Meg Ryan fakete in die film luidruchtig een orgasme. 
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.