extrovert

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·tro·vert
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen extrovert extroverter extrovertst
verbogen extroverte extrovertere extrovertste
partitief extroverts extroverters -

Bijvoeglijk naamwoord

extrovert [2]

  1. de mate waarin iemand naar buiten gekeerd is
    • Professor Oliver Robinson aan de universiteit van Greenwich in London zegt dat je ware aard tonen aan je partner of vrienden je gelukkiger maakt, maar dat dat niet verstandig is als je promotie wil maken. Hij en zijn collega's bestudeerden het niveau van zelfuiting bij 533 vrijwilligers om te zien hoe extrovert ze zich opstelden bij sociale interactie. [3] 
    • ,,Ik had met mijn grote mond al jarenlang lopen roepen dat ik als eerste in Zwolle een zaak in verse friet wilde beginnen. Toen die kans kwam, aarzelde ik geen seconde.’’ Marco is impulsief en extrovert, Ingeborg rustig en bedachtzaam. Waar hij gas geeft, trapt zij op de rem. ,,Wij zijn elkaars tegenpolen. Maar het werkt wel.’’ [4] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen